Sophia ZKM zelfonderzoek en coaching

Sophia  20 december 2016  in Artikelen

Peter zit in 4 Havo en is al twee jaar verslaafd aan een computerspel.* Hij maakt zijn huiswerk niet en haalt slechte cijfers. Hij scheldt iedereen uit en komt afspraken niet na. Peter heeft totaal geen leermotivatie en geeft leraren en school de schuld van zijn slechte cijfers.

Peter is één van de vele leerlingen met een motivatieprobleem. Motivatieproblemen komen regelmatig voor bij jongeren in de puberteit. Scholen doen echter veel te weinig aan dit probleem. Leerlingen worden vooral gezien als lui en ongeïnteresseerd. Het aanleren van studievaardigheden is vaak het enige wat scholen aanbieden, maar dat is vaak niet genoeg.

Heinerich Kaegi en Jacomien de Leeuw ontwikkelden op basis van de ZKM een Motivatie Zelfonderzoek (MZO). Door hun jarenlange ervaring met huiswerkbegeleiding konden ze deze methode steeds verder verfijnen, zodat hij makkelijk toepasbaar is op scholen.

Turbulente levensfase

Gebrek aan motivatie bestaat niet stellen zij. Ieder kind is van nature leergierig. De puberteit is een turbulente levensfase, waarin de ontwikkeling van een eigen identiteit, ontluikende seksualiteit en het losmaken van de ouders door elkaar lopen. Om de leermotivatie in dit proces te behouden is niet eenvoudig. Bij een disbalans ontstaan allerlei ontwikkelingsproblemen zoals gebrek aan motivatie. Dat uit zich vaak in puberaal gedrag zoals ongeïnteresseerdheid en verzet. Daardoor wordt het vaak niet als motivatieprobleem herkend. Vaak wordt dan de druk en controle opgevoerd, maar dit werkt averechts.

Wat niet gezien wordt is dat de leerling klem zit. Bij het prestatievermogen speelt de context van school, vrienden en gezin een grote rol. Zo kunnen te hoge verwachtingen van ouders het kind blokkeren. Ook kan negatieve feedback van leraren het zelfvertrouwen ondermijnen. Pestproblemen uit het verleden kunnen ervoor zorgen dat een leerling geen aansluiting vindt.

Wat zit er dwars?

De jongeren weten zelf niet wat hen dwarszit. In het eerste deel van een Motivatie Zelf Onderzoek worden de probleemgebieden in kaart gebracht. Soms is dat voldoende om hulp te bieden, zoals een faalangsttraining. Gaat het om echte motivatieproblemen dan is meer nodig. De gegevens uit het eerste deel vormen een soort levensverhaal. In het tweede gedeelte van het MZO gaan leerlingen gevoelens koppelen aan hun verhaal.

Over het resultaat gaat de begeleider met de leerling in gesprek. Het MZO is nl. geen test maar een coachings-instrument. De gevoelens laten zien wat er echt dwarszit. Daarna maken ze een plan en bespreken wat de leerling aan zijn ouders wil vertellen.

Peter ontdekt dat hij verlamd is geraakt doordat hij op de basisschool zijn Cito-toets heeft verknald. Daarom twijfelt hij aan zijn kunnen en is gevlucht in het computerspel. Ook voelt hij zich helemaal niet happy over zijn slechte pretstaties. Dit verbergt hij met trotse onverschilligheid. Peter vertelt dit zelf aan zijn ouders. Zij zien opeens een kwetsbare Peter. Een maand later meldt Peter zichzelf aan bij een huiswerkklas en accepteert dat de computer op schooldagen thuis uitgaat. Hij stort zich nu met volle overgave op zijn huiswerk.

*Bron: H. Kaegi, Q. Kruijt en J. de Leeuw (2006) in Zelfonderzoek met kinderen en jongeren. Redactie J.J. Louwe en J.F. Nauta (Agiel, Utrecht).